Twee woorden
Neurodiversiteit of neurodivergent
Deze twee woorden worden vaak door elkaar gebruikt, en het scheelt als je het onderscheid
kent.
Neurodiversiteit gaat over ons allemaal. Net zoals er biodiversiteit bestaat in de natuur,
bestaat er diversiteit in hoe breinen werken. In dat woord zit de hele bevolking, dus ook jij
als je niets bijzonders aan jezelf merkt.
Neurodivergent gaat over één persoon. Het betekent dat jouw brein afwijkt van
wat gangbaar is. Het tegenovergestelde is neurotypisch.
Je bent dus niet “neurodiversiteit”, net zomin als één plant
biodiversiteit is. Je kunt wel neurodivergent zijn.
Wat betekent neurotypisch?
Neurotypisch is het woord voor het omgekeerde: een brein dat werkt zoals gemiddeld
verwacht wordt. Het is geen diagnose en geen compliment. Het zegt alleen dat iemand weinig
tegen de inrichting van school, werk en samenleving aanloopt, omdat die op dat gemiddelde
gebouwd is.
De twee woorden horen bij elkaar. Neurodivergent zegt: jouw brein wijkt af van dat
gemiddelde. Neurotypisch zegt: dat van jou doet dat niet. En neurodiversiteit is het woord
voor het gegeven dat allebei bestaan.
De afbakening
Wat valt eronder
Autisme en ADHD worden het vaakst genoemd. Verder gaat het meestal ook over dyslexie,
dyscalculie, tourette, en soms over hoogbegaafdheid of niet-aangeboren hersenletsel.
De grenzen liggen niet vast. Er is geen instantie die bepaalt wat er wel en niet bij hoort,
en er wordt binnen de gemeenschap zelf ook over gediscussieerd.
Dat is minder erg dan het klinkt. Voor de meeste mensen draait het om iets anders: loop ik
tegen dingen aan waar anderen omheen lijken te lopen, en wat heb ik nodig.
Waar mensen het in het dagelijks leven het vaakst over hebben is prikkelverwerking:
overprikkeling als er te veel tegelijk binnenkomt, onderprikkeling als er juist te weinig
gebeurt om je aandacht vast te houden. Allebei zeggen ze iets over wat jouw brein nodig
heeft, niet over wat er mis is.