Informatie

Neurodiversiteit of neurodivergent?

Anders denken en anders doen.

Er is geen norm voor hoe een mens hoort te denken.

Dat klinkt als een open deur, en toch is bijna alles om ons heen ingericht alsof die norm er wel is. Klaslokalen, kantoren, sollicitatiegesprekken, verjaardagen. Allemaal gebouwd op aannames over hoe iemand informatie verwerkt, hoeveel prikkels hij aankan en hoe hij een gesprek voert.

Voor de meeste mensen werkt dat prima. Een flinke groep loopt er wel tegenaan.

Neurodiversiteit is het woord voor dat gegeven: menselijke breinen verschillen onderling, en dat verschil is geen fout.

Twee woorden

Neurodiversiteit of neurodivergent

Deze twee woorden worden vaak door elkaar gebruikt, en het scheelt als je het onderscheid kent.

Neurodiversiteit gaat over ons allemaal. Net zoals er biodiversiteit bestaat in de natuur, bestaat er diversiteit in hoe breinen werken. In dat woord zit de hele bevolking, dus ook jij als je niets bijzonders aan jezelf merkt.

Neurodivergent gaat over één persoon. Het betekent dat jouw brein afwijkt van wat gangbaar is. Het tegenovergestelde is neurotypisch.

Je bent dus niet “neurodiversiteit”, net zomin als één plant biodiversiteit is. Je kunt wel neurodivergent zijn.

Wat betekent neurotypisch?

Neurotypisch is het woord voor het omgekeerde: een brein dat werkt zoals gemiddeld verwacht wordt. Het is geen diagnose en geen compliment. Het zegt alleen dat iemand weinig tegen de inrichting van school, werk en samenleving aanloopt, omdat die op dat gemiddelde gebouwd is.

De twee woorden horen bij elkaar. Neurodivergent zegt: jouw brein wijkt af van dat gemiddelde. Neurotypisch zegt: dat van jou doet dat niet. En neurodiversiteit is het woord voor het gegeven dat allebei bestaan.

De afbakening

Wat valt eronder

Autisme en ADHD worden het vaakst genoemd. Verder gaat het meestal ook over dyslexie, dyscalculie, tourette, en soms over hoogbegaafdheid of niet-aangeboren hersenletsel.

De grenzen liggen niet vast. Er is geen instantie die bepaalt wat er wel en niet bij hoort, en er wordt binnen de gemeenschap zelf ook over gediscussieerd.

Dat is minder erg dan het klinkt. Voor de meeste mensen draait het om iets anders: loop ik tegen dingen aan waar anderen omheen lijken te lopen, en wat heb ik nodig.

Waar mensen het in het dagelijks leven het vaakst over hebben is prikkelverwerking: overprikkeling als er te veel tegelijk binnenkomt, onderprikkeling als er juist te weinig gebeurt om je aandacht vast te houden. Allebei zeggen ze iets over wat jouw brein nodig heeft, niet over wat er mis is.

De herkomst

Waar het woord vandaan komt

De term ontstond eind jaren negentig, binnen de autistische gemeenschap zelf. Hij is gevormd naar het woord biodiversiteit, met een bewuste gedachte erachter: net zoals variatie in de natuur een ecosysteem sterk maakt, is variatie in denken misschien wel nodig voor een samenleving.

Dat was een omkering van hoe er tot dan toe werd gepraat. Hier is variatie, en de vraag is hoe we die ruimte geven.

Het oneindigheidsteken in regenboogkleuren, het symbool van de neurodiversiteitsbeweging
Het teken

Het symbool

Je ziet steeds vaker een oneindigheidsteken (Infinity) in regenboogkleuren. Dat is het symbool van de neurodiversiteitsbeweging, en het staat ook in mijn menubalk.

De oneindige lus betekent dat er geen begin en geen eind is aan hoe een brein kan werken. Een spectrum zonder rand.

Er bestaat ook een gouden versie, specifiek voor autisme. Die verwijst naar Au, het scheikundig symbool voor goud.

Wat je bij mij niet zult zien, is het blauwe puzzelstukje. Dat was jarenlang hét autismesymbool, en veel autistische mensen willen er niets meer mee te maken hebben. Een puzzelstukje suggereert dat er iets ontbreekt, en het komt uit een tijd waarin de nadruk lag op genezen.

Ik gebruik het teken dat de gemeenschap zelf heeft gekozen. Dat lijkt me het minste.

Twee modellen

Twee manieren om ernaar te kijken

Er zijn grofweg twee manieren om naar dit onderwerp te kijken, en ze sluiten elkaar niet uit.

Het medische model

Dat kijkt naar de persoon. Wat is er aan de hand, hoe heet het, en wat kunnen we eraan doen. Dat model heeft zijn nut: zonder diagnose geen begeleiding, geen aanpassingen op school, geen voorzieningen bij werk. Voor veel mensen is dat papiertje de sleutel geweest tot alles wat daarna kwam.

Het sociale model

Dat kijkt naar de omgeving. De vraag is dan niet wat er mis is met deze persoon, maar waarom de omgeving zo is ingericht dat hij er niet in past. Een kantoortuin is niet neutraal, en een sollicitatiegesprek meet nauwelijks of iemand het werk kan. Dat zijn van die voorbeelden.

Ik werk vooral vanuit die tweede blik. Niet omdat ik het eerste onzin vind, maar omdat er in mijn ervaring te vaak wordt gekeken naar wat er aan iemand mankeert, en te weinig naar waar hij zich bevindt.

Twee misverstanden

Wat het niet is

Twee misverstanden die allebei even vervelend zijn.

Het eerste misverstand

Neurodivergent zijn betekent niet dat er iets kapot is. Het is een natuurlijke variatie in de werking van de menselijke hersenen. De hersenen werken op een andere manier dan gemiddeld (neurotypisch).

Vaak gaat dit gepaard met creativiteit, diepgaande focus of andere manieren van problemen oplossen.

Het tweede misverstand

Juist hierom kom je dit tegenwoordig vaker tegen. Het voelt misschien als een compliment als mensen zeggen dat jouw hoogsensitiviteit een superkracht is, maar het legt een zware druk op je om altijd maar bijzonder en sterk te zijn.

Dit label maskeert vaak de echte strijd, zoals waarom je al om zes uur ’s avonds leeg en moe op de bank ligt. Zo verruil je “er is iets mis met je” voor “je moet uitzonderlijk zijn”, en dat is geen verbetering.

De waarheid ligt in het saaie midden

Je verwerkt dingen anders. Sommige dingen gaan daardoor moeizamer en sommige juist beter. En het grootste deel van wat het zwaar maakt, zit in een wereld die op de meerderheid is ingericht.

In mijn werk

Neurodiversiteit en begeleiding

Ik ben opgeleid als persoonlijk begeleider voor specifieke doelgroepen, met autismespectrumstoornis en aanverwante stoornissen als specialisatie.

In de papieren heet het zo. Ik noem het liever anders denken en doen.

In mijn begeleiding is een diagnose geen uitgangspunt en geen voorwaarde. Hij kan nuttig zijn, want hij opent deuren en geeft woorden aan iets waar je misschien je hele leven mee rondliep. Hij vertelt me hooguit waar jij harder tegenaan loopt dan de meeste mensen.

En dat kun je ook zonder papier weten.

Waar ik naar kijk is wat er in jouw dag gebeurt. Waar het schuurt, wat het je kost, en wat er nodig is om het lichter te maken. Soms is dat iets in jou. Vaak is het iets in de omgeving. Meestal allebei.

Wat ik niet doe is jou ombouwen tot iemand die overal in past, of je trainen in dingen die nooit bij je gaan horen.

Ik ben niet de juf met het antwoord

Ik ben degene die het licht voor je aandoet.

Anders denken en doen is alleen minder gebruikelijk, en daardoor is er weinig voor ingericht. Ik kan je dat bevestigen uit ervaring. En het kent ook geen leeftijd. Sommige mensen komen er pas op hun vijftigste achter, vaak op het moment dat er bij een kind iets wordt onderzocht en er van alles op zijn plek valt.

Liever eerst even iets vragen? Dat kan via WhatsApp of 06-29997733.

Groeien · Voelen · Loslaten