Je bent niet kapot. Je bent bedekt.
Je hebt je leven op orde. Op papier klopt alles. Je hebt werk, er zijn mensen om je heen, en aan niets ontbreekt het echt. En toch is er zo nu en dan een avond waarop je op de bank zit en je je opeens afvraagt: is dit het?
Het is niet groots of dramatisch. Gewoon een zacht, hardnekkig gevoel dat er iets niet klopt, terwijl je met geen mogelijkheid kunt aanwijzen wΓ‘t.
Ik ken dat gevoel, en ik kom het tegen bij bijna iedereen die tegenover me komt zitten. Meestal begint zo iemand met een verontschuldiging: “Het is eigenlijk nergens voor nodig dat ik hier zit, hoor. Ik heb het goed.”
En dat is precies het punt. Je hebt het goed, en toch zit er iets dwars. Dat allebei klopt, is nou juist waarom je er zo moeilijk de vinger op legt.
De vraag die we standaardΒ stellen
Wat we in zo’n situatie doen, is bijna altijd hetzelfde. We gaan zoeken naar wat er kapot is. Welk stukje van mij mankeert iets, waar zit de fout? En zodra we denken dat we het gevonden hebben, beginnen we te repareren: een cursus, een boek, een goed voornemen, weer een nieuwe versie van onszelf, want de oude voldeed blijkbaar niet.
Ik ken die neiging, ook van mezelf, en ik zie hem bij heel veel mensen.
In onszelf verbeteren zijn we verbazend goed geworden.
Het werkt alleen niet, hoe hard je ook je best doet. Want de vraag zelf klopt niet: je zoekt naar een defect dat er niet is.
Maar stel nu eens dat er niets stuk is.
Dat alles wat je nodig hebt er nog gewoon ligt, alleen niet meer zichtbaar. Bedekt geraakt onder laag na laag: aanpassing, meebewegen, doen wat er van je werd verwacht omdat dat nou eenmaal handiger was. Onder alles wat je hebt aangeleerd om erbij te horen.
Dan valt er niks te repareren. Je hoeft alleen af te pellen wat erover ligt.
βJe hoeft niet iemand anders te worden.
Je hoeft alleen maar terug te vinden wat er altijd al lag.β
–
–
Waarom terug en niet vooruit
We zijn grootgebracht met vooruit. Groeien betekent vooruit, en je beste zelf ligt ergens in de toekomst, waar je naartoe moet werken.
Maar er is een richting die we bijna nooit kiezen: terug. En dan bedoel ik niet terug in de tijd. Ik bedoel terug naar wat er onder al die lagen ligt, naar hoe je was voordat je je ging aanpassen.
Dat woord “terug” verwart soms. Mensen zeggen: maar die rust heb ik nooit gekend, waar zou ik dan naar terugkeren? Ik snap die vraag goed. Het punt is dat die rust geen herinnering is die je kunt oproepen. Hij zit dieper, als een grondtoon. Je hoofd kent hem niet, je lijf draagt hem allang met zich mee. En daarom kun je ernaar terugkeren, ook al ben je er nooit bewust naartoe gelopen.
Buigen zonder te breken
Er zijn twee dingen nodig om die weg te gaan.
Het eerste is beweging: iets wat je in gang zet. Onder de oppervlakte ligt altijd een verlangen, ook als je het al lang niet meer voelt. Dat verlangen is er nog, het is alleen overstemd geraakt, meestal door de stem die zegt dat je dankbaar moet zijn en niet zo moet zeuren.
Het tweede is buigzaamheid: het vermogen om mee te geven zonder te breken. Wij zijn kampioen in vasthouden. We houden vast aan hoe het zou moeten, aan wie we dachten te zijn, en aan het beeld dat anderen van ons hebben. Dat vasthouden kost zoveel kracht dat er niets overblijft om mee te leven.
Beweging en buigzaamheid, samen. Dat is de hele motor, en meer is het niet.
De weg loopt in vijf bewegingen
In de jaren dat ik hiermee werk, zie ik dat die weg terug bijna altijd dezelfde vorm heeft: meer een landschap dan een stappenplan, dat je in dezelfde volgorde tegenkomt.
- Stilstaan en zien. Eerst ophouden, en kijken waar je eigenlijk staat. Voor de meesten al het lastigste stuk.
- Je blauwdruk lezen. Herkennen wat van jou is en wat je hebt overgenomen. Een spiegel die je laat zien wat je zelf eigenlijk al wist.
- Loslaten en buigen. Laten gaan wat niet van jou is. Bevrijdend, en vooral ongemakkelijk, want die lagen beschermden je ooit.
- In beweging komen. Iets anders gaan doen, meestal kleiner dan je denkt. Eén gesprek dat je anders voert, één ja die een nee wordt.
- Verankeren. Het vasthouden, het stuk dat bijna iedereen overslaat. Weinig spannend, en juist dit bepaalt of het beklijft.
Zo blijft de nieuwsgierigheid naar het hΓ³e juist staan, en dat is precies wat je wilt: de rest zit in je cursus. Wil je een bepaalde beweging nog iets voller of juist korter, dan schuif ik mee.
Wat er dan overblijft
Ik ga je niet vertellen dat aan het eind van die weg alles goed is. Dat zou ik niet weten, en het zou een belofte zijn die ik niet kan waarmaken.
Wat ik wel zie gebeuren, is dat mensen ophouden met vechten tegen zichzelf, en dat er ruimte komt. Het leven wordt niet per se makkelijker. Maar het gaat wel voelen als iets van jou, in plaats van iets wat je overkomt.
En dat is genoeg. Eerlijk gezegd is dat heel veel.
Je hoeft nergens naartoe. Alleen afpellen wat er niet bij hoort, en ontdekken dat er onder al die lagen iemand zit die er de hele tijd al was, geduldig, en nog volkomen heel.
Ik ben niet de juf met het antwoord. Ik ben degene die het licht voor je aandoet.
Vijf vragen om mee te beginnen
Neem er de tijd voor. Schrijf ze op, met de hand. Er is geen goed antwoord.
- Waar in mijn leven doe ik alsof het goed is?
- Wat van wie ik ben, heb ik niet zelf bedacht?
- Wat draag ik mee dat me ooit beschermd heeft, maar nu alleen nog zwaar is?
- Wat zou ik doen als niemand er iets van zou vinden?
- Wat is het kleinste ding dat ik morgen anders kan doen?
Wil je een keer met mij in gesprek.
Dat kan op verschillende manieren.
Stuur me een Whatsapp bericht, email of klik op de button hiernaast voor een gratis en vrijblijvende kennismaking.
Wil je hier verder mee? Kijk eens naar Thuiskomen bij jezelf.

