Volwassen zijn en nog thuis wonen.

Je bent niet te laat. Je wacht op een sleutel.
Over volwassen zijn op elke plek behalve waar je slaapt, en waarom “wees eens dankbaar” je hier niet verder helpt.

Klaar, en toch kun je geen kant op

Je verdient je eigen geld en je maakt je eigen keuzes.
En ’s avonds slaap je in het huis van je ouders, op de kamer waar je op je vijftiende ook al lag.
Dramatisch is het niet.
Het is ongemakkelijk op een manier die je bijna niet kunt uitleggen zonder ondankbaar te klinken, want er is niks mis en er wordt goed voor je gezorgd.
En tegelijk blijf je iemands kind op een moment dat je dat vanbinnen allang niet meer bent

Overal volwassen, behalve thuis

Overdag twijfelt niemand aan je. Op je werk draag je verantwoordelijkheid, bij de bank, de tandarts en in je verzekeringspapieren ben je gewoon volwassen.
Tot je ’s avonds de voordeur opendoet en terugzakt in een rol die je jaren geleden bent ontgroeid.

Dat is geen ondankbaarheid, het is gewoon heel erg lastig en vermoeiend.
Elke dag schakel je tussen twee versies van jezelf: de volwassene die je buiten bent, en het kind dat je thuis weer wordt.
En dat schakelen is het vermoeiende, meer nog dan het thuis wonen zelf.

Thuis is maar één van de vier plekken waar die druk vandaan komt. Benieuwd waar het bij jou zit? Doe de gratis quiz.

Wachten zonder einddatum

Het zwaarste is niet het wachten.
Het zwaarste is dat er geen einddatum op staat, want als je weet wanneer iets gaat gebeuren, kun je je erop instellen en eromheen plannen.

Zonder datum is er niets om je aan vast te houden, en dan gebeurt er iets sluipends: je maakt je plannen kleiner om ze draaglijk te houden. Bijvoorbeeld die opleiding kan ook later of samenwonen hoeft nog niet. Kinderen? Nou ja, je bent er nog niet aan toe.
Soms is dat gewoon waar, maar soms is het ook een manier om een verlangen te dempen dat te lang onbeantwoord blijft, en van binnen voelen die twee bijna hetzelfde.

Een wens die je jaren wegdrukt, gaat er vanzelf uitzien als een wens die er niet is. Als iemand tegen me zegt dat hij eigenlijk niets meer wil, luister ik vooral naar hoe lang hij al wacht voordat de wens uit kan komen.

Foto: Thirdman

Dankbaar en moe mag allebei

Waar mensen me over vertellen, gaat bijna nooit over vierkante meters.
Het gaat over iets anders: over het gevoel dat je stilstaat terwijl je vanbinnen allang klaar bent voor de volgende stap.
Je ziet leeftijdgenoten die wΓ©l al een plek vonden, en dat schuurt, ook al gun je het ze. En dan die ene vraag die blijft knagen: ben ik te veeleisend?
Dat is de vraag die ik je het liefst uit handen zou nemen, want meestal ben je dat niet.

Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat je woont bij mensen die goed voor je zijn. Elke keer dat je zegt dat het zwaar is, klink je in je eigen oren ondankbaar, en dus zeg je maar niets. Zo draag je het in je eentje, in een huis vol mensen.

Daarom wil ik dit hardop zeggen: dankbaar moeten zijn vraagt je eigenlijk om te liegen over hoe het echt met je gaat.
Maar dat hoeft niet, want twee dingen kunnen tegelijk waar zijn. Je kunt dankbaar zijn voor wat er is en er tegelijk moe van worden. Je hoeft het ene niet weg te strepen om het andere te mogen voelen.
Eerlijk zijn over hoe jij je voelt is geen aanval op je huisgenoten, want het gaat niet over hen.

En dan die zin die je jezelf soms oplegt: ik loop achter. Achter op wie?
Op een generatie die op haar drieΓ«ntwintigste een huis kocht in een markt die niet meer bestaat? Nee, je loopt niet achter.
Je zit in een fase die tegenwoordig langer duurt dan vroeger, en dat vraagt iets anders van je dan haast.

Wat je nu al kunt doen

Ik ga niet doen alsof de juiste instelling de woningmarkt oplost.
Dat doet ze niet, en elk stuk dat suggereert dat je hier met een goede mindset uitkomt, doet je tekort.

Maar er zijn wel dingen die niet op een sleutel wachten. Om het gevoel wat te verzachten kun je bijvoorbeeld: 
Je kamer inrichten zoals jij hem wilt, ook al is het huis niet van jou.
Een avond in de week die van jou is, waarop je niet mee-eet.
Vragen of er geklopt wordt voordat iemand binnenkomt.

En verder: wat je leert, met wie je omgaat, hoe je je weekend indeelt.
Het is niet veel vergeleken met een eigen voordeur, dat weet ik ook wel, maar het is wel het deel waarin je je eigen richting houdt terwijl de omstandigheden dat nog niet toelaten.

Het helpt ook om thuis een goed gesprek te voeren.
Meestal wordt er niet moeilijk over gedaan, en toch loopt het er vaak op vast. Je krijgt elke week de vraag hoe het gaat met zoeken, lief bedoeld, en tegelijk de zoveelste herinnering dat het nog niet lukte.
De dingen die het echt lichter maken zijn klein: dat er wordt geklopt, dat je een avond niet mee-eet zonder dat het een kwestie wordt, dat iemand niet vraagt hoe het ervoor staat maar hoe het met je is.

En verwar de stilstand van buiten niet met je eigen tempo.
Dat er van buiten weinig beweegt, betekent niet dat er vanbinnen niets gebeurt.

Als je hier iets mee wilt

● Schrijf één keer op wat je zou doen als het wonen morgen geregeld was.
Niet om jezelf te kwellen, maar omdat het zichtbaar maakt welke verlangens je hebt stilgezet. Stilgezet is iets anders dan kwijt.

● Verander één ding in het huis waar je nu woont zodat het meer van jou wordt.
Je kamer, je avond, je ritme.

● En zeg één keer tegen iemand thuis hoe het echt zit, zonder dat het een verwijt wordt. Meestal wist die persoon het al en wachtte hij tot jij begon.

 

Herken je dit?
Dan zit jouw druk waarschijnlijk thuis.
Maar er zijn nog drie andere plekken, en in twee minuten kun je er achter komen welke plek er bij jou het hardst kneltt.

Doe de gratis quiz

Wil je een keer praten? Stuur me een appje of een mail, of plan hieronder zelf een gratis kennismakingsgesprek.

Kennismakingsgesprek plannen

Wil je hier verder mee? Kijk eens naar Keuzes maken.

πŸ›’ Winkelwagen 0