AI gebruiken en je er schuldig over voelen.
Je voelt je schuldig want je denkt dat je iets doet wat niet wordt gewaardeerd.
Het probleem is, er is geen norm om je aan te toetsen.
Dit stuk gaat over één onderscheid dat rust geeft: geef je je typwerk uit handen, of je denkwerk?
En het laat zien waarom je die grens in je eentje meestal te streng trekt.
Het moment waarop je het niet vertelt
Je moest iets schrijven, maar je kwam er niet helemaal uit. Een mail die maar niet wilde lopen, een stuk tekst waar je al een uur op zat, een berichtje waarvan je niet wist hoe het zou overkomen. Je vraagt het aan een AI en het werkte!
Je hebt de tekst aangepast, en je hebt het verstuurd.
En dan zegt iemand dat het goed geschreven is. En jij zegt dankjewel.
Dat kleine moment, waarop je iets verzwijgt wat je net zo goed had kunnen vertellen, is waar dit stuk over gaat. Je hebt niet gelogen. Maar blijkbaar denk je ergens dat het iets over je zegt.
Er is geen grens, dus trek je hem zelf
Bij de meeste dingen weet je waar de grens ligt, omdat anderen hem ook kennen. Je weet wat overschrijven is, wat samenwerken is, en wanneer je iets moet bronvermelden. Bij dit onderwerp bestaat die gedeelde grens nog niet. De ene docent zegt dat het mag zolang je het meldt, de andere ziet het als fraude, op je werk wordt het aangemoedigd terwijl niemand in een vergadering hardop zegt dat de nota met hulp is geschreven, en wat vorig jaar de afspraak was, is inmiddels alweer aan het schuiven.
En als er geen grens ligt, ga je hem bij jezelf trekken. In je eentje, zonder te kunnen controleren of het redelijk is wat je van jezelf vraagt. Zo gaat het altijd met een onderwerp waar geen norm voor is: je trekt de grens te streng, en wat overblijft is een vaag gevoel dat je iets doet wat niet helemaal mag.
Typwerk of denkwerk
Er is wΓ©l een onderscheid dat je kunt voelen, en volgens mij is dat het enige dat er werkelijk toe doet.
Je kunt je typwerk laten overnemen: het netjes maken van iets wat er al staat, de mail die je prima had kunnen schrijven maar waar je even geen zin in had, je eigen aantekeningen samenvatten, of die ene zin waar je een half uur op vastzit terwijl je precies weet wat je bedoelt. Daar geef je niets mee weg, want de gedachte was al van jou en je hebt alleen de handeling versneld.
En je kunt je denkwerk laten overnemen: vragen wat je ergens van moet vinden, een conclusie overnemen die je zelf niet hebt doorlopen, een advies opvolgen zonder te toetsen of het klopt met wat je al wist, of een stuk inleveren waarvan je de redenering niet kunt navertellen als iemand ernaar vraagt.
Het draait om één vraag:
Geef je je typwerk uit handen, of je denkwerk? Daar zit het verschil, niet in Γ³f je het gebruikt.
En hier zit precies waarom het zo dubbel voelt: het schuldgevoel maakt dat onderscheid niet. Dat gaat bij allebei even hard af. Je voelt je net zo betrapt bij een mail die je toch al kon schrijven als bij een stuk waarvan je de helft niet zou kunnen verdedigen, terwijl alleen het tweede je op termijn iets kost.
Wat ik er zelf mee doe
Onder alles wat ik schrijf staat mijn naam, dus ik ken deze vraag van binnenuit, en ik heb er een grens in getrokken die voor mij werkt.
Die grens is deze: de gedachte moet van mij zijn, de formulering mag hulp krijgen. Als ik een zin terugkrijg die mooier is dan ik hem zelf had bedacht maar die ik niet meen, gaat hij eruit, hoe goed hij ook klinkt. Dat kost me tijd, en soms een mooie zin. Het levert me op dat ik alles wat er staat kan verdedigen als iemand me erop aanspreekt, en dat ik mezelf nog herken als ik het een halfjaar later teruglees.
Of dat ook jouw grens moet zijn, weet ik niet. Wat ik wel weet: het werkt rustiger om er één te hebben dan om het elke keer opnieuw af te wegen met een naar gevoel in je maag.
Tegen allebei de kampen dan maar
Er wordt op twee manieren over gesproken, en ik vind ze allebei te makkelijk.
Aan de ene kant hoor je dat je het gewoon zelf moet kunnen. Klinkt principieel. Maar als je vastloopt op formuleren, of moeilijk kunt inschatten hoe iets bij een ander overkomt, dan haalt dit een drempel weg die er voor een heleboel mensen nooit is geweest. Dat vals spelen noemen is nogal makkelijk gezegd door iemand voor wie die drempel niet bestond. Een bril noemt ook niemand vals spelen.
Aan de andere kant hoor je dat iedereen het doet en dat je je niet moet aanstellen. Dat is net zo goedkoop. Want bij dat tweede soort gebruik geef je wel degelijk iets weg, en het is iets heel praktisch: de oefening die je later nodig hebt. Denken is voor een groot deel gewoon veel keren gedaan hebben, en wat je overslaat, heb je niet gedaan.
Waarom je het niet bespreekt
Je zou het thuis of op je werk ter sprake kunnen brengen, en meestal gebeurt dat niet. Dat komt door één opmerking die het gesprek in een paar tellen dichtdrukt: dat het toch een beetje vals spelen is.
Daarna is er geen gesprek meer. Alleen iemand die iets minder vertelt dan hij van plan was, en die de volgende keer helemaal niets zegt.
Terwijl de vraag die er wΓ©l toe doet net zo makkelijk te stellen is: waar leg jij zelf de grens?
Daar is meestal wel over nagedacht, alleen nog niet hardop, en zodra iemand het vraagt blijkt er een redelijk antwoord te liggen. Dat onderscheid tussen typwerk en denkwerk geldt trouwens net zo goed voor de mail die iemand anders vanmiddag heeft laten opschonen.
Wat je eraan kunt merken
Er is een simpele controle die me nooit in de steek laat. Kun je uitleggen waarom er staat wat er staat, in je eigen woorden, zonder terug te lezen?
Zo ja, dan is het van jou en mag het schuldgevoel eraf. Zo nee, dan weet je wat je te doen hebt. Dat is niks moreels, gewoon werk dat nog wacht.
En het meest praktische advies dat ik heb is meteen het minst spannende: vraag het gewoon aan je docent, je begeleider of je leidinggevende.
Wat mag hier wel en wat niet?
Zolang je het antwoord raadt, blijft het schuldgevoel bestaan, en een geraden regel valt bijna altijd strenger uit dan de echte.
Als je hier iets mee wilt
– Vraag één keer expliciet na wat er in jouw opleiding of op je werk de bedoeling is. EΓ©n ongemakkelijke vraag scheelt maanden gedoe in je hoofd.
– Bepaal voor jezelf waar jouw grens ligt, in één zin, zodat je hem niet elke keer opnieuw hoeft te bedenken.
– En lees wat je hebt gemaakt één keer terug alsof iemand anders het schreef. Als je bij een zin denkt dat je die zelf nooit zo zou zeggen, is dat precies de zin die eruit moet.
Β
Wil je een keer praten? Stuur me een appje of een mail, of plan hieronder zelf een gratis kennismakingsgesprek.
Wil je hier verder mee? Kijk eens naar het cursusaanbod.

