Staande blijven als je jong bent in deze tijd.
Hoe moet je staande blijven als je jong bent in een wereld die vindt dat je nu al iets moet zijn.
Over de druk die van buiten leek te komen maar inmiddels binnenin zit.
En over hoe hard sommigen van jullie werken zonder dat iemand het ziet.
Ik heb drie jongvolwassen kinderen.
Ik hoef dus niet te raden hoe het er tegenwoordig aan toegaat.
Dat loopt bij mij door de gang.
Ik ben afgestudeerd in de Maatschappelijke Zorg als persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, met neurodivergentie als specialisatie.
Ik heb me jaren verdiept in neurodiversiteit, anders denken en doen…
Niet alleen vanuit mijn vak, ik ben namelijk zelf ook ervaringsdeskundig.
Ik weet hoe het voelt om niet in het “perfecte” plaatje te passen.
Ik heb op woongroepen en in een werkplaats gewerkt als begeleider voor mensen met allerlei problemen en beperkingen, ik heb jongeren getraind naar werk, ambulante zorg gegeven en jarenlang een uitzendbureau gehad waarin ik samen met UWV en gemeente mensen aan een baan hielp, met extra begeleiding en ondersteuning voor de werknemer Γ©n de werkgevers.
Wat ik daar zag en wat ik thuis zie, komt op één punt samen.
En dat is niet het punt waar de meeste artikelen over gaan.
(Wil je meer over mij weten? Hier kun je dat lezen in mijn persoonlijke blogs).
Iedereen lijkt al ergens te zijn
Het begint meestal met het gevoel dat de rest al iets is en jij nog niets.
Je ziet iemand van jouw leeftijd die precies weet wat hij wil. Iemand met een eigen bedrijf. Iemand die er elke dag uitziet alsof het niets kost. En dan kijk je naar jezelf, met je twijfel en je dagen waarop je niets bijzonders hebt gedaan, en de conclusie ligt er zo: ik loop achter.
Alleen kijk je naar de uitkomst van anderen en naar het proces van jezelf.
Jij kent van jezelf de rommelige binnenkant. Van hen zie je alleen wat klaar was om te laten zien.
Dat is geen eerlijke vergelijking, en toch maak je hem honderd keer per dag.
De druk komt niet meer van buiten
Uit onderzoek onder ruim drieduizend Nederlandse jongeren blijkt dat een ruime meerderheid regelmatig prestatiedruk voelt. Dat verbaast niemand.
Wat wel opvalt: verreweg de meesten zeggen dat die druk vanuit henzelf komt. Niet van hun ouders, niet van school, niet van docenten. Van zichzelf.
Dat betekent iets. De stem die zegt dat het niet genoeg is, staat allang niet meer buiten je. Hij is naar binnen verhuisd. Hij klinkt inmiddels als jouw eigen stem, en daarom geloof je hem zonder er iets tegenin te brengen.
Foto: Aj Collins Artistry
De stem die zegt dat het niet genoeg is, klinkt als die van jou.
Maar dat wil niet zeggen dat hij echt van jou is.
–
–
De hele dag vertalen
En dan is er een groep waarvoor dit ook allemaal geldt, maar dan met een laag eroverheen die bijna niemand ziet.
Als je anders bedraad bent, is aanpassen geen bijzaak. Het is een dagtaak.
Je houdt een versie van jezelf overeind die minder opvalt.
Oogcontact dat niet vanzelf komt en dat je er dus bij denkt. Stilzitten terwijl je lijf om beweging vraagt, geluid en licht dat bij jou binnenkomt op een volume dat niemand anders hoort, en dan doen alsof dat wel meevalt.
Een gesprek volgen waarin de helft niet wordt gezegd maar wel wordt bedoeld, en dat elke keer opnieuw uitrekenen.
Dat heet maskeren. En het rare is: het werkt meestal.
Dat is precies het wrede eraan, het werkt zo goed dat niemand het doorheeft. Dus hoor je van anderen, dat het toch prima gaat. Dat je het toch aankunt en dat het wel meevalt.
Terwijl je thuiskomt en niets meer kunt.
Geen boodschap, geen appje, geen gesprek. Gewoon op, uitgeput.
En vaak denk zelf dan dat je lui bent, of zwak, of dat je je aanstelt.
Want je hebt toch “alleen maar” een dag gehad zoals iedereen.
Nee. Jij hebt de hele dag vertaald.
Iedereen om je heen sprak zijn moedertaal en jij deed het in een tweede taal, zonder pauze, zonder dat iemand het merkte. Natuurlijk ben je moe, logisch toch.
Bedekt, niet kapot
Hier komt het samen, en dit is wat ik in al die jaren het vaakst zag kantelen.
Wie anders in elkaar zit, heeft vaak jarenlang gehoord dat er iets aan hem mankeert. “Je bent zo druk” “Goh wat ben je ineens stil” “Poeh, wat ben je weer aanwezig” of “Stel je niet zo aan, je bent echt overgevoelig” of “Doe eens normaal”.
En dan bouw je een versie van jezelf die minder gedoe geeft, en die versie wordt zo goed dat je er zelf in gaat geloven. Sociaal gewenst gedrag noemt men dat.
Maar er is niets kapotgegaan. Er is iets bedekt geraakt.
Dat is een wezenlijk verschil. Als er iets kapot is, moet het gerepareerd worden.
Als er iets bedekt is, hoeft er alleen iets af.
En bij jou was dat bedekken geen slordigheid. Het was overleven.
Je hebt gedaan wat je moest doen om ergens bij te horen, op plekken die niet voor jou waren ingericht. Dat is echt knap. En ja het betekent dat je krachtig bent en een hoop uithoudingsvermogen hebt.
Daarom zeggen sommigen dat als je anders denkt en doet, dat dat je superkracht is. Je gave…
Alleen: een superkracht waar je zoveel voor hebt moeten doen, en misschien nog steeds moet doen, is helemaal geen gave. Het is een rekening.
Het is namelijk nooit de bedoeling geweest dat het je hele leven zou duren.
Je hoeft nog niet te weten wie je bent
Ergens is het idee ontstaan dat je op je zestiende al een richting moet hebben. Een opleiding die klopt, een plan, liefst al een beeld van waar je over tien jaar staat.
En de maatschappij rekent er ook op. Denk aan DUO: als je je opleiding niet afmaakt, blijf je achter met een schuld. Dat is niet eerlijk, maar zo werkt het op dit moment wel.
Ik heb zelf mijn mbo afgemaakt. En daarna heb ik er jaren over gedaan om uit te vinden wat bij me past. Ik heb heel wat baantjes gehad en opleidingen gekozen die achteraf niets voor mij waren.
Maar geloof me, dat waren geen verspilde jaren. Je leert ontzettend veel over hoe je je leven nΓΓ©t wilt inrichten.
Ga het dus gewoon doen. Nadenken over wat bij je past levert weinig op, want je merkt het pas in je lijf terwijl je het doet.
Let daarbij op iets wat je makkelijk over het hoofd ziet. Waar word je moe van, ook als het makkelijk is? En waar krijg je energie van, ook als het lastig is? Dat verschil is bruikbaarder dan welke test dan ook.
En als je een omgeving nodig hebt die anders is ingericht om te kunnen functioneren, dan is dat geen concessie. Dat is gewoon informatie over hoe jij werkt.
En dan de wereld nog
Daar bovenop word je volwassen in een tijd die er onzeker uitziet.
Oorlogen die je scherm binnenkomen. Een klimaat dat verandert.
Een woningmarkt die niet meewerkt.
Machines die dingen kunnen die vorig jaar nog van mensen waren.
Ik ga niet doen alsof dat meevalt. Het valt niet mee. Ik probeer er wel in mee te groeien.
Wat ik wel weet: je kunt niet tegelijk je eigen leven opbouwen en de hele wereld dragen.
Niet omdat het je koud laat, maar omdat niemand daar groot genoeg voor is.
Je mag dus kiezen waar je hand bij kan. Je vrienden, je huis, familie of wat je vandaag doet.
Dat is niet klein denken, dat is het enige wat werkelijk van jou is.
Wat wel helpt
Geen lijstje met tips, die heb je al gezien.
Wel dit: bijna alles wat echt helpt gaat over mensen en over je lichaam.
Iemand die je in het echt spreekt , goed slapen, buiten zijn of doe iets met je handen, maak kunst, het hoeft niet mooi te zijn.
Het wakkert je creativiteit aan en geeft een geluksgevoel.
En misschien wel het belangrijkste: tijd waarin je niets hoeft te vertalen.
Tijd voor jezelf, een moment waarin je niet hoeft op te letten hoe je overkomt.
Voor de een is dat alleen zijn, voor de ander is dat die ene vriend bij wie het niet uitmaakt.
Dat is geen luxe. Dat is de plek waar je bijtankt, en zonder die plek red je het niet.
Voel je je eenzaam, dan is dit misschien nuttig om te weten: ruim de helft van de studenten voelt zich regelmatig eenzaam. Ruim de helft…
Iedereen zit dus in dezelfde kamer te denken dat hij de enige is.
Als het te zwaar wordt.
Als het niet meer om moeheid of twijfel gaat maar om iets zwaarders.
Als je al weken niets meer leuk vindt, of als je gedachten donkerder worden dan je aan iemand durft te vertellen, dan is dat geen zwakte en ook geen fase die je moet uitzitten.
Zeg het dan tegen iemand.
Een vriend, een ouder, een mentor, je huisarts. Iemand die je vertrouwt.
Het maakt niet uit of je de goede woorden hebt.
Beginnen met “ik weet niet hoe ik het moet zeggen maar het gaat niet goed” is genoeg.
Je mag ook contact met mij opnemen. Weet wel dat ik begeleid en ondersteun, en dat ik geen behandelaar ben.
Bij ernstige situaties verwijs ik je door naar de juiste hulp.
Je hoeft dit niet alleen te doen.
Tot slot
Je bent niet achterop, er is geen schema. Er is niemand die bijhoudt waar je zou moeten zijn, behalve die stem in je hoofd, en die heeft het mis.
Je bent niet kapot. Er ligt alleen een hoop overheen.
Bij sommigen wat meer dan er zou moeten liggen, en dat is niet jouw schuld.
Ik ben niet de juf met het antwoord. Ik ben degene die het licht voor je aandoet.
Kleine oefeningetjes voor je zelf
β’ Kies één dag waarop je ’s ochtends je telefoon een uur laat liggen. Kijk wat er gebeurt.
⒠Merk één keer op wanneer je jezelf met iemand vergelijkt. Niet stoppen. Alleen merken.
⒠Zoek deze week één uur waarin je niets hoeft te vertalen. Zet het in je agenda alsof het een afspraak is.
β’ Vraag jezelf aan het eind van de dag: waar werd ik moe van, en waar niet?
Wil je een keer iets met me delen of heb je vragen?
Dat kan op verschillende manieren.
Stuur me een Whatsapp bericht, email of klik op de button hiernaast voor een gratis en vrijblijvende kennismaking.
Wil je hier verder mee? Kijk eens naar de gratis minicursus Over rust.

